Vandaag vernomen dat, naast o.a. Amersfoort, ook de mooie Noord-Hongaarse stad Eger is verkozen tot een van de zeven meest groene Europese steden.
Eger is vooral bekend van de beroemde wijn Egri Bikavér (stierenbloed) en de bij alle Hongaren bekende heroïsche strijd van bevelhebber Dobó István tegen het beleg van de Turken in 1552.
De legende luidt dat Dobó zijn strijders rode wijn liet drinken en dat de Turken, toen ze de rode monden van de Hongaarse soldaten zagen, dachten dat de soldaten stierenbloed tot zich hadden genomen. Of buiten de wijn nog andere doping is gebruikt blijft vaag, de Turken verloren wel.
In 1596 was de overmacht toch te groot en konden de Turken zich alsnog in Eger vestigen. Uit die tijd is alleen nog een minaret bewaard gebleven. Deze is te beklimmen, wel één voor een naar boven en naar beneden want elkaar passeren op de smalle trap is niet mogelijk.
Wij waren vorig jaar op 1 november in Eger. Dat weet ik nog omdat het Allerheiligen was, een officiële Hongaarse feestdag. 's-Avonds toen we, door het donker, naar Szeged terugreden was elke begraafplaats waar we langs kwamen sprookjesachtig verlicht met honderden kaarsjes.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten