

Vandaag een lange wandeling gemaakt rond het centrum van Szeged. Het is een warme zondag en de stad maakt een verlaten indruk. Wat ben ik onder andere tegengekomen? Allereerst een kranslegging bij de Hösök kapuja (Heldenpoort), het monument ter herinnering aan de Hongaarse gesneuvelden in de Eerste wereldoorlog. Daar wat drukte, een blaasorkest, een aantal mannen in militaire uniformen (waaronder dat van de marine!) en een aantal speeches. Die heb ik niet afgewacht. Verder langs de Tisza. Altijd leuk om naar de rivier te staren. Het water staat laag. Daar weinig leven, op een enkele meeuw na. Ik vraag me af hoe die vogels hier in het binnenland (toch hemelsbreed minstens 700 km en een paar hoge bergketens verwijderd van de dichtsbijzijnde zee) verzeild raken. Verder gelopen langs de schouwburg (szinház) van Szeged, geopend in 1883, tijdens een bezoek van koningin Sisi (zie standbeeld tegenover de schouwburg) en haar man Franz-Jozef.

Daarna door het stadspark met fraaie nieuwe stadsplattegronden naar de Anna-bron (Ana kút) gelopen. Hier stroomt permanent warm mineraalwater (51 graden) uit de kranen van een diepte van 944 meter. Jerrycans worden gevuld om het water thuis te gebruiken. Een nadeel, het water heeft een beetje een zwavel-smaakje. Naast het pleintje met de bron staat het gebouw van de MÁV, de Hongaarse spoorwegen. Het gebouw doet een beetje aan een Hollands huis denken, maar op het bordje staat dat het gebouwd is in Franse neo-renaissancsestijl, einde 19e eeuw.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten